Dictionary
› to explain
„to explain" in Dutch
How do you say "to explain" in Dutch?
to explain
→
aan mij uitleggen
/ɛksplˈeɪn tə mˌiː/
Phrases · 6
- explain to me→aan mij uitleggen
- How to explain→Hoe te verklaren?
- to explain away→wegverklaren
- easy to explain→gemakkelijk uit te leggen
- to explain what→wat uitleggen
- to explain to me→aan mij uitleggen
Example sentences · 24
- Try to explain. → Proberen uit te leggen.
- How to explain it? → Hoe kan ik het uitleggen?
- No need to explain. → Geen uitleg nodig.
- Explain yourself. → Leg uit.
- Allow me to explain. → Sta me toe het uit te leggen.
- Don't ask me to explain. → Vraag me niet om het uit te leggen.
- Ask Tom to explain it. → Vraag maar aan Tom om het uit te leggen.
- I'll explain. → Ik zal het uitleggen.
- Let me explain to you. → Laat me het u uitleggen.
- She'll explain it to him. → Ze zal het hem uitleggen.
- I can explain. → Ik kan het uitleggen.
- Tom will explain. → Tom zal het uitleggen.
- I will explain it to him. → Ik zal het aan hem uitleggen.
- Let me explain. → Laat me het uitleggen.
- Tom will explain it to you. → Tom zal het je uitleggen.
- Let me explain it to him. → Laat me het hem uitleggen.
- I don't have time to explain. → Ik heb geen tijd om het uit te leggen.
- That would explain. → Dat zou het verklaren.
- Who's able to explain this to me? → Wie kan mij dit uitleggen?
- Please explain it to me later. → Leg het me alsjeblieft later uit.
- It remains to explain calmly. → Het blijft om rustig uit te leggen.
- Could you please explain to me? → Kunt u het mij alstublieft uitleggen?
- Can you explain something to me? → Kan je me iets uitleggen?
- Can you explain the way to me? → Kan je me de weg wijzen?
See also
Learn "aan mij uitleggen" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.