Dictionary
› sowing
„sowing" in Dutch
How do you say "sowing" in Dutch?
sowing
→
het zaaien
/ðə sˈəʊɪŋ/
✓ Verified by a human
Translations · 4
- the sowing→het zaaien
- sow, sows→de zeug, de zeugen
- to sow→zaaien
- the sow→de zeug
Phrases · 6
- was sowing→zaaide
- sowing machine→de naaimachine
- was sowing grain→zaaide graan
- we sow→we planten
- you sow→zaait
- you sow→jullie planten
Example sentences · 20
- He was sowing grain. → Hij zaaide graan.
- The farmer was sowing seeds when the birds came. → De boer was zaden aan het zaaien toen de vogels kwamen.
- We sow in spring. → We planten in de lente.
- The sower sowed generously on good soil. → De zaaier zaaide royaal op goede grond.
- A sow is a female pig. → Een zeug is een vrouwtjesvarken.
- We do not sow weeds. → We planten geen slechte kruiden.
- We do not sow in winter. → We planten niet in de winter.
- The wheat is sown in the fall. The wheat is sown in the fall. → Men zaait de tarwe in de herfst. De tarwe wordt in de herfst gezaaid.
- The seeds need to be sowed in spring. → De zaden moeten gezaaid worden in de lente.
- As you sow, so shall you reap. → Je oogst wat je zaait.
- Mr. Jordan has sown flowers. → Meneer Jordan heeft bloemen gezaaid.
- Do you sow grain in the garden? → Zaaide je graan in de tuin?
- He who sows the wind will reap the storm. → Die wind zaait, zal storm oogsten.
- Do you sow trees in the field? → Planten jullie bomen in het veld?
- You must reap what you have sown. → Je moet oogsten wat je hebt gezaaid.
- Were the seeds sown on good soil? → Zijn de zaden in goede aarde gezaaid?
- They do not sow grain in the city. → In de stad zaaien ze geen graan.
- The lazy farmer did not sow generously. → De luie boer zaaide niet royaal.
- The sow is pregnant for the second time. → De zeug is voor de tweede keer drachtig.
- The sow gave birth to ten piglets. → De zeug baarde tien biggetjes.
See also
Learn "het zaaien" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.