Dictionary
› sliding door
„sliding door" in Dutch
How do you say "sliding door" in Dutch?
sliding door
→
glijdend
/slˈaɪdɪŋ/
✓ Verified by a human
Translations · 2
- sliding→glijdend
- the door→het portier
Phrases · 6
- a sliding door→een schuifdeur
- sliding glass door→de glazen schuifdeur
- glass sliding door→de glazen schuifdeur
- sliding hub→de verschuifbare naaf
- sliding ring→de schuifring
- sliding bolt→de schuifgrendel
Example sentences · 22
- It's a sliding door. → Het is een schuifdeur.
- Walls have ears, sliding paper doors have eyes → Muren hebben oren, papieren schuifdeuren hebben ogen.
- Sliding the board sideways, she maintained balance. → Het board zijwaarts slidend, hield ze haar balans.
- Sliding on the surface, the clay court specialist reached the ball. → Glijdend over het oppervlak, bereikte de gravelbaanspecialist de bal.
- I slid the letter under the door and gave it a knock. → Ik heb de brief onder de deur gestoken en aangeklopt.
- Tom moved the flower pot to the left and the secret door slid open. → Tom verplaatste de bloempot naar links en de geheime deur gleed open.
- He laughed, and his laughter was like the purr of a sword sliding from a silken sheath. → Hij lachte, en zijn lach was als het spinnen van een zwaard dat uit een zijden schede gleed.
- The door is a small door. → Het deurtje is een kleine deur.
- He could hear something heavy sliding in the room above him. → Hij kon iets zwaars horen schuiven in de kamer boven hem.
- Tom slipped out the back door. → Tom glipte de achterdeur uit.
- He slammed the door shut. He slammed the door shut. → Hij smeet de deur dicht met een dreun. Met een dreun smeet hij de deur dicht.
- She slammed the door. → Ze sloeg de deur dicht.
- Get the door. → Doe de deur toe.
- There's no door. → Er is geen deur.
- We used to collect donations door-to-door. → We zamelden vroeger donaties huis-aan-huis in.
- I closed the door. I've closed the door. → Ik sloot de deur. Ik heb de deur gesloten.
- Lock the door. → Doe de deur dicht.
- Open the door. → Open de deur.
- Open the door. → Doe de deur open.
- Lock the door! → Vergrendel de deur!
- He slams the door shut. → Hij sloeg de deur toe.
- Open this door. → Open deze deur.
See also
Learn "glijdend" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.