Dictionary
› judge
„judge" in Dutch
How do you say "judge" in Dutch?
judge
→
beoordelen
/tə dʒˈʌdʒ/
✓ Verified by a human
Translations · 2
- to judge→beoordelen
- the judge→de rechter
Phrases · 6
- Judge→Rechter
- a judge→rechter
- I judge→oordelen
- I judge→ik oordeel
- to judge→om te oordelen
- to judge→oordelen
Example sentences · 22
- The judge is fair. → De rechter is eerlijk.
- Is the judge strict? → Is de rechter streng?
- Was the judge impartial? → Was de rechter onpartijdig?
- Did Deborah judge Israel? → Oordeelde Debora Israël?
- I can't judge distance. → Ik kan afstand niet beoordelen.
- Will the judge be fair? → Zal de rechter eerlijk zijn?
- What do you judge true? → Wat oordeel je als waar?
- Informed, I judge better. → Geïnformeerd, oordeel ik beter.
- Did the judge deny bail? → Heeft de rechter borgtocht geweigerd?
- Jesus said to judge not. → Jezus zei niet te oordelen.
- Who are you to judge me? → Wie ben jij om mij te beoordelen?
- The judge set bail at $10,000. → De rechter stelde de borgtocht vast op $10.000.
- The judge should show mercy. → De rechter moet barmhartigheid tonen.
- I judge the facade strictly. → Ik oordeel streng over de gevel.
- I judge negatively, in total. → Ik beoordeel het negatief, in totaal.
- The judge gives a sentence. → De rechter legt een straf op.
- The upright judge made a fair judgement. → De eerlijke rechter oordeelde rechtvaardig.
- Informed, do you judge better? → Geïnformeerd, oordeel je beter?
- The judge was stern but fair. → De rechter was streng maar rechtvaardig.
- Don't judge others by yourself. → Beoordeel anderen niet zelf.
- The determined judge set limits. → De vastbesloten rechter stelde limieten in.
- Informed, I never judge worse. → Geïnformeerd, oordeel ik nooit slechter.
See also
Learn "beoordelen" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.