Dictionary
› hibernation
„hibernation" in Dutch
How do you say "hibernation" in Dutch?
hibernation
→
de winterslaap
/ðə hˌaɪbənˈeɪʃən/
✓ Verified by a human
Translations · 3
- the hibernation→de winterslaap
- he, him, his→hij, hem, zijn
- his→zijn
Phrases · 6
- to emerge from hibernation→uit de winterslaap komen
- self imposed hibernation→zelfopgelegde winterslaap
- to hibernate→winterslaap houden
- to hibernate→de winterslaap houden
- to hibernate at all→helemaal overwinteren
- to hibernate deeply→diep in winterslaap gaan
Example sentences · 21
- Four months later, Tom emerged from his self imposed hibernation. → Vier maanden later kwam Tom uit zijn zelfopgelegde winterslaap.
- Bears hibernate. → Beren overwinteren.
- Why don't people hibernate? → Waarom overwinteren mensen niet?
- Turtles hibernate. → Schildpadden overwinteren.
- Bears are known to hibernate deeply. → Beren staan bekend om diep in winterslaap te gaan.
- Shouldn’t bears have started to hibernate by now? → Hadden beren nu niet al moeten beginnen met winterslaap?
- Animals that hibernate in the winter also suffer from warming temperatures. Marmots, chipmunks, and bears are waking up as much as a month early. Some are not hibernating at all. → Dieren die in de winter overwinteren, lijden ook onder de opwarming van de aarde. Marmotten, eekhoorns en beren worden tot wel een maand eerder wakker. Sommigen overwinteren helemaal niet.
- It is instinctive for some species to hibernate deeply. → Het is instinctief voor sommige soorten om diep in winterslaap te gaan.
- Some animals prefer to hibernate during cold months. → Sommige dieren houden liever een winterslaap tijdens koude maanden.
- It's his loft. It is his. → Het is zijn hok. Het is het zijne.
- This is his money. It’s his. → Dit is zijn geld. Het is van hem.
- The snake hisses. → De slang sist.
- It's his. → Het is de zijne.
- That's his house. That is his. → Dat is zijn huis. Dat is het zijne.
- The cat hissed at Tom. → De kat blies naar Tom.
- Sami had his cup in his hand. → Sami had zijn beker in zijn hand.
- Historians write history. → Historici schrijven geschiedenis.
- Tom hid under his bed, but his mother found him. → Tom verstopte zich onder zijn bed, maar zijn moeder heeft hem gevonden.
- We hired him. → We hebben hem aangenomen.
- Is it his? → Is het van hem?
- His desire to dive has cost him his life. → Zijn verlangen om te duiken heeft hem zijn leven gekost.
See also
Learn "de winterslaap" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.