Dictionary
› brakes
„brakes" in Dutch
How do you say "brakes" in Dutch?
brakes
→
schijfremmen
/dˈɪsk bɹˈeɪks/
✓ Verified by a human
Translations · 1
- disc brakes→schijfremmen
Phrases · 6
- the brakes→de remmen
- air brakes→de luchtremmen
- hub brakes→de remnaven
- disc brakes→de schijfremmen
- disk brakes→de schijfremmen
- power brakes→de rembekrachtiging
Example sentences · 23
- Hit the brakes. → Trap op de remmen.
- Adjust the brakes. → Pas de remmen aan.
- Don't lock the brakes! → Blokkeer niet!
- The brakes don't work. → De remmen werken niet.
- The brakes are squeaky. → De remmen piepen.
- My brakes don't squeak. → Mijn remmen piepen niet.
- Does the bike have brakes? → Heeft de fiets remmen?
- The car's brakes were cut. → De remmen van de auto waren doorgesneden.
- Do the brakes squeak often? → Piepen de remmen vaak?
- He is locking the brakes. → Hij blokkeert.
- Have the brakes worn out? → Zijn de remmen versleten?
- He slammed on his brakes. → Hij trapte op de rem.
- The brakes are not working. → De remmen doen het niet.
- Why do you lock the brakes? → Waarom blokkeer je?
- Check the brakes before riding. → Controleer de remmen voordat je gaat rijden.
- Why didn't you check the brakes? → Waarom heb je de remmen niet gecontroleerd?
- The brakes weren’t bled correctly. → De remmen zijn niet goed ontlucht.
- The brakes weren’t working properly. → De remmen werkten niet goed.
- Check the brakes before driving. → Controleer de remmen voor het rijden.
- Did you bleed the brakes properly? → Heb je de remmen goed ontlucht?
- Something is wrong with the brakes. → Er is iets mis met de remmen.
- She checks the brakes every week. → Ze controleert de remmen elke week.
- The mechanic should check the brakes. → De monteur moet de remmen controleren.
See also
Learn "schijfremmen" forever
Taalhammer schedules reviews so you never forget. Add this word and practice it in the app.